77-78Nieuwe Mark - Breda
De rivier de Mark heeft vanwege zijn stroming door het centrum van Breda zichtbaar sporen nagelaten in het stedelijk weefsel . Opmerkelijk hierin is dat ter plaatsen van de Tolbrug een scheiding is ontstaan. Aan de zuidkant van de Tolbrug kent de Mark haar natuurlijke loop, terwijl aan de noordkant richting de Hoge brug de oevers van de Mark zijn recht getrokken; de latere Haven. In het ontwerp van de Tolbrug is deze historische overgang aangegrepen door haast letterlijk de gekromde lijnen te volgen van de Nieuwe Mark. De Tolbrug krijgt een kromming en komt hierdoor los van de rechte lijnen van de haven, waarmee een vanzelfsprekende overgang wordt ontworpen.
Naast de hoofdfunctie van een brug is het verblijf op de brug een belangrijk uitgangspunt voor het ontwerp geweest. De locatie met een fraai uitzicht op de haven nodigt nu eenmaal uit tot een kort of langer verblijf waardoor de plek actief onderdeel wordt van de openbare ruimte. Vanwege veiligheidsoverwegingen is besloten om de brugfunctie en het verblijven te scheiden, die wordt gevormd door een stalen zitelement dat door het brugdek steekt en uitmond in een waterval element.
Door de glazen afdekking van dit zitelement heeft de passant vrij zicht op het waterverval tussen de Nieuwe Mark en de Haven. Het verval wordt verbijzonderd doordat het water onder een schuinstaande staalplaat doorstroomt waarin de dichtregel van kunstenares Yvonne Né is uitgefreesd:
“je ziet de reeksen water komen, hoort de tongen samengaan of
ze geliefden zijn, zo praten zij, die alle taal verstaan”
De Barones- en Minderbroedersbrug vallen buiten de historische contour van de rivier. De bruggen nemen een eigen positie in en worden vanuit een functioneel uitgangspunt verklaart: de noodzakelijke bereikbaarheid van de parkeergarage (Baronesbrug) en de expeditiezone van de winkelpassage (Minderbroedersbrug).
Continuïteit van de loop van de Nieuwe Mark is essentieel en prevaleert boven de positie die beide bruggen innemen. De bruggen worden geplaatst tussen de kademuren van de Nieuwe Mark. Een bijzonder gegeven is de positie van de bruggen in relatie tot de hoogte van de kade (2,3 m + NAP) en de waterspiegel (1,7 m + NAP). Binnen dit maatverschil van slechts 60 cm worden beide bruggen, los van de waterspiegel en tussen de kades, gerealiseerd.
Het basisuitgangspunt voor beide bruggen is de bepaling van de contour het brugdek aan de hand van de rijcurves voor het in en uitrijdende verkeer. Naast het auto- en vrachtverkeer geldt voor beide bruggen een afzonderlijke zone voor de voetgangers.
Het geringe maatverschil van de kade en waterspiegel maakt een relatief dun brugdek noodzakelijk, om de ervaring van een brug over het water te benadrukken. Hiertoe wordt het dek gerealiseerd in een 250mm dikke betonplaat die omsloten wordt door 40mm dik stripstaal. Hiermee wordt tevens de doorrijdbeveiliging en de functionele scheiding tussen auto’s en voetgangers voorzien. De landhoofden en tussensteunpunt(en) zijn ook voorzien in 40 mm dikke staalplaat.
| Ontwerp: | 2003 - 2005 |
| Uitvoering: | 2005 - 2008 |
| Opdrachtgever: | Gemeente Breda |
| Fotografie: | René de Wit |





